In dit artikel wordt uitgelegd hoe u de operationele status van een voertuig of bedrijfsmiddel kunt bijwerken.
U kunt de operationele status bijwerken vanuit de Lijst met wagenpark en apparaten of vanaf de pagina Apparaatgegevens.
In dit artikel:
De operationele status van een voertuig of bedrijfsmiddel geeft aan of het voertuig of bedrijfsmiddel momenteel in gebruik is (dat wil zeggen, dat het regelmatig gereden of bediend wordt) of niet in gebruik is (vanwege seizoensgebruik of een andere oorzaak waarom het niet op de weg of in gebruik is).
Er zijn 2 operationele statussen:
-
In gebruik: Het voertuig of bedrijfsmiddel wordt regelmatig gereden of bediend. Dit is de standaard status.
-
Niet in gebruik: Het voertuig of bedrijfsmiddel is inactief en momenteel niet op de weg of in gebruik vanwege verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat het een seizoensvoertuig is, omdat er onderhoud wordt uitgevoerd of omdat het bedrijfsmiddel te koop staat.
De operationele status kan worden ingesteld op Niet in gebruik gedurende een tijdsperiode die u zelf kunt instellen. Als er beweging wordt gedetecteerd in het voertuig of bedrijfsmiddel, verandert de operationele status naar In gebruik.
Opmerking
Als een voertuig of bedrijfsmiddel gedurende langere tijd niet gebruikt wordt, dient u de operationele status te wijzigen naar Niet in gebruik, zo voorkomt u dat het voertuig of bedrijfsmiddel fouten rapporteert over dat er geen contact kan worden gemaakt.
-
In de Lijst met wagenpark en apparaten, op het tabblad Apparaatfouten, gaat u naar het voertuig of bedrijfsmiddel.
-
Vanuit het menu Acties selecteert u Operationele status wijzigen.
-
In het dialoogvenster Operationele status wijzigen selecteert u de radioknop Voertuig/bedrijfsmiddel markeren als niet in gebruik.
-
In het gedeelte Waarom is dit voertuig/bedrijfsmiddel niet in gebruik? selecteert u een reden uit het vervolgkeuzemenu.
U kunt uit de volgende redenen kiezen:
-
Wachten op verkoop of vervanging van voertuig/bedrijfsmiddel
-
Zieke werknemer
-
Werknemer met pensioen
-
Seizoensvereisten
-
Tekort aan werknemers
-
Onderhoud aan voertuig/bedrijfsmiddel
-
Voertuig/bedrijfsmiddel niet nodig voor huidig werk
-
Overig
-
-
In het gedeelte Inactieve periode selecteert u een einddatum voor de periode van inactiviteit. U kunt ook het vakje met Geen einddatum aanvinken.
-
Klik op WIJZIGEN.
-
Selecteer op OPSLAAN in het dialoogvenster voor bevestiging.
Op de pagina Apparaatgegevens kunt u de operationele status op de volgende plekken wijzigen:
-
In het gedeelte Overzicht
-
In het gedeelte Probleemoplossing
-
Op de pagina Apparaatgegevens, in het gedeelte Overzicht, klikt u op de knop Bewerken naast het veld Operationele status.
-
In het dialoogvenster Operationele status wijzigen selecteert u de radioknop Voertuig/bedrijfsmiddel markeren als niet in gebruik.
-
In het gedeelte Waarom is dit voertuig/bedrijfsmiddel niet in gebruik? selecteert u een reden uit het vervolgkeuzemenu.
U kunt uit de volgende redenen kiezen:
-
Wachten op verkoop of vervanging van voertuig/bedrijfsmiddel
-
Zieke werknemer
-
Werknemer met pensioen
-
Seizoensvereisten
-
Tekort aan werknemers
-
Onderhoud aan voertuig/bedrijfsmiddel
-
Voertuig/bedrijfsmiddel niet nodig voor huidig werk
-
Overig
-
-
In het gedeelte Inactieve periode selecteert u een einddatum voor de periode van inactiviteit. U kunt ook het vakje met Geen einddatum aanvinken.
-
Klik op WIJZIGEN.
-
Selecteer op OPSLAAN in het dialoogvenster voor bevestiging.
Als u voertuig of bedrijfsmiddel een Niet-meldende eenheid (NRU)-fout heeft, kunt u de operationele status wijzigen in het gedeelte Apparaatstatus op de pagina Apparaatgegevens.
-
In het gedeelte Apparaatstatus van de pagina Apparaatgegevens, onder Probleemoplossing, klik u op de knop MARKEREN ALS NIET IN GEBRUIK.
-
In het dialoogvenster Operationele status wijzigen selecteert u de radioknop Voertuig/bedrijfsmiddel markeren als niet in gebruik.
-
In het gedeelte Waarom is dit voertuig/bedrijfsmiddel niet in gebruik? selecteert u een reden uit het vervolgkeuzemenu.
U kunt uit de volgende redenen kiezen:
-
Wachten op verkoop of vervanging van voertuig/bedrijfsmiddel
-
Zieke werknemer
-
Werknemer met pensioen
-
Seizoensvereisten
-
Tekort aan werknemers
-
Onderhoud aan voertuig/bedrijfsmiddel
-
Voertuig/bedrijfsmiddel niet nodig voor huidig werk
-
Overig
-
-
In het gedeelte Inactieve periode selecteert u een einddatum voor de periode van inactiviteit. U kunt ook het vakje met Geen einddatum aanvinken.
-
Klik op WIJZIGEN.
-
Selecteer op OPSLAAN in het dialoogvenster voor bevestiging.