De volgende alarmtypen zijn beschikbaar in Reveal:
De volgende alarmen zijn extra opties:
Opmerking
Neem contact op met de Klantenservice voor meer informatie over deze add-ons.
Activiteit-alarm
Zodra u een activiteitalarm instelt, wordt er een alarm geactiveerd wanneer er door een voertuig of bedrijfsmiddel een activiteit wordt geregistreerd. Een activiteitactivering kan het verplaatsen van het voertuig of bedrijfsmiddel zijn met het contact ingeschakeld, of activiteit die door voertuigsensoren wordt gedetecteerd, zoals een aftakas (PTO).
Opmerking
Als u activiteitalarmen voor niet-aangedreven bedrijfsmiddelen wilt ontvangen, moet u volgsysteeminstellingen inschakelen. Ga naar Beheer > Bedrijfsmiddelen > Lijst bedrijfsmiddelen > Volgsysteeminstellingen en schakel Controle bij beweging in. U kunt zoals gebruikelijk een activiteitalarm instellen. Neem contact op met de Klantenservice als u de trackerinstelling niet kunt inschakelen.
Zo kunt u een activiteit-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
-
Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering.
De opties zijn:
- Iedere activiteit tijdens de tijdsperiode van de controle.
- Alleen beweging tijdens de tijdsperiode van de controle (de tijdsperiode van de controle wordt bepaald op de pagina Tijden en frequentie, die hierna volgt).
- Activiteit na stationair draaien: aanbevolen als uw wagenpark lange periodes stationair draait.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Accu bedrijfsmiddel bijna leeg
Ontvang een alarm wanneer het accuniveau van uw voertuig onder een bepaalde drempelwaarde valt. U kunt deze drempelwaarde instellen wanneer u het alarm aanmaakt en op ieder moment wijzigen. Dit alarm wordt niet herhaald.
Het alarm wordt alleen geactiveerd als er batterijgegevens voor het voertuig beschikbaar zijn. Meer informatie.
Zo kunt u een alarm instellen voor wanneer de accu van uw voertuig bijna leeg is:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u aangedreven bedrijfsmiddelen, niet-aangedreven bedrijfsmiddelen, een groep of uw volledige wagenpark selecteren die u wilt volgen (of alle voertuigen).
- Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering. Stel een accuniveaupercentage in waarvan u vindt dat het laag is (ten minste 5%). Het alarm wordt geactiveerd wanneer het accuniveau van het voertuig dat percentage bereikt.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Volgsysteem in bedrijfsmiddelen geopend
Ontvang een alarm wanneer de behuizing van uw Asset Data Device wordt geopend en opnieuw wanneer deze wordt gesloten. Dit alarm wordt niet herhaald.
- Volg de stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken.
- Selecteer op de pagina Wagenpark en Alarmopties een bedrijfsmiddel waarop dit alarm van toepassing is.
-
Volg op de pagina Alarmontvangers de stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken.
Accu EV bijna leeg
Ontvang een alarm wanneer het accuniveau van uw elektrisch voertuig onder een bepaalde drempelwaarde valt. U kunt deze drempelwaarde instellen wanneer u het alarm aanmaakt en op ieder moment wijzigen. Dit alarm wordt niet herhaald.
Zo kunt u een alarm instellen voor wanneer de accu van uw EV bijna leeg is:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
- Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering. Bepaal het percentage van accuniveau dat u laag vindt, u zult een alarm ontvangen wanneer de accu onder dit percentage valt.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Stationair draaien
Met dit alarm worden voertuigen gemarkeerd die langer dan een bepaalde periode stationair draaien. Voor voertuigen waarvoor apparatuur aan boord is geregistreerd in het systeem, kan het worden ingesteld om alarmen te negeren als er een aftakas (PTO actief ) is.
Zo kunt u een stationair-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
-
Voer op de pagina Wagenpark en Alarmopties het aantal minuten in dat u beschouwt als overmatige stationairtijd in het vak Alarmactivering. Het alarm wordt geactiveerd nadat een voertuig langer dan de opgegeven tijd stationair draait. Dit is per alarm ingesteld. Uw instellingen voor stationair in Benchmarks of Mijn Account hebben geen invloed op dit aantal.
Vink het selectievakje aan naast Activiteit negeren als wanneer u geen alarmen wilt ontvangen over stationair draaien in de volgende gevallen:
- Een voertuig bevindt zich in een bepaald gebied (geofences).
- Een voertuig staat in privacymodus
- Er is een sensor ingeschakeld. Dit kan bijvoorbeeld een PTO zijn die ingeschakeld is terwijl een voertuig stationair draait. In dat geval wilt u waarschijnlijk geen notificatie ontvangen.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Geofence (locatie)
Het gps-volgsysteem in uw voertuig of bedrijfsmiddel stuurt locatiegegevens naar Reveal. Als het volgsysteem locatiegegevens aan Reveal verstuurt vanuit het geofence-gebied, wordt er een alarm geactiveerd. Hoe vaker de gps-locatie gepingt wordt, des te nauwkeuriger is het alarm.
Opmerking
Enkele volgsystemen in bedrijfsmiddelen sturen slechts eens in de 24 uur een gps-update. Dit betekent dat de nauwkeurigheid van het alarm lager is dan voor volgsystemen in bedrijfsmiddelen die gps-updates versturen bij beweging en wanneer de beweging stopt. Neem contact op met de Klantenservice als u de rapportfrequentie van een volgsysteem wilt wijzigen.
Zo kunt u Geofence-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep of bedrijfsmiddel (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
-
Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering. Stel in dat het alarm afgaat wanneer het voertuig of bedrijfsmiddel:
- Een geofence is ingegaan
- Een geofence heeft verlaten
- Een geofence zowel ingegaan is als verlaten heeft
- In deze geofence is gestopt
- Deze geofence niet is ingegaan op een gespecificeerd tijdstip
- Langer in deze geofence is geweest dan de opgegeven tijd.
- Bepaal de Geofences: Selecteer de Geofences die u wilt controleren uit uw lijst met Geofences. Als u nog geen Geofences heeft, maak deze dan eerst aan.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Onrustig rijgedrag
Een alarm voor onrustig rijgedrag waarschuwt u voor onrustig rijgedrag zoals snel optrekken, bochten snel nemen en hard remmen.
Zo kunt u een onrustig rijgedrag-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen. Om te voorkomen dat u een alarm over onrustig rijgedrag en een video-alarm ontvangt voor hetzelfde voorval, moet u Voertuigen toevoegen waarbij geen camera is geïnstalleerd.
-
Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een of meer alarmactiveringen. Er zijn drie verschillende mogelijkheden voor typen voorvallen door onrustig rijgedrag:
- Hard remmen
- Bochten snel nemen
- Snelle start (snel optrekken)
Beslis of u voor alle voorvallen een alarm wilt ontvangen of alleen voor ernstige voorvallen. Zwaarteniveaus zijn afhankelijk van het formaat van het voertuig en het gedetecteerde soort onrustig rijgedrag. Het volgsysteem activeert een voorval onrustig rijgedrag alleen op basis van de zwaarte van de voorval. Daarentegen nemen videoclassificaties de context van de situatie en het risico op ongelukken in acht.
Beslis of u pas na een bepaald aantal voorvallen een melding wilt versturen. Dit kan de hoeveelheid notificaties terugbrengen tot een beter beheerbaar niveau als u het gevoel heeft dat u er te veel ontvangt.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- U kunt op de pagina Alarmontvangers ontvangers toevoegen.
Dubbele alarmen voorkomen
Als u een AI-dashcam heeft, worden meldingen automatisch naar de ontvangers gestuurd als een video van onveilig rijgedrag wordt gedetecteerd. U blijft hiernaast alarmen over onrustig rijgedrag ontvangen, tenzij u ervoor kiest om deze alarmen uit te schakelen.
Contact
Het contact-alarm gaat af wanneer het contact van een voertuig wordt:
- Ingeschakeld
- Uitgeschakeld
- In- of uitgeschakeld.
Zo kunt u contact-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
- Kies op de pagina Voertuig en Alarmopties een alarmactivering voor het geselecteerde voertuig of de bestuurder in een voertuig.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Inactiviteit
Dit alarm meldt wanneer een voertuig inactief is geweest gedurende een specifiek tijdvenster.
Opmerking
Een voertuig is actief als de motor aanstaat en in beweging is of als de voertuigsensoren een activiteit detecteren, zoals een aftakas (PTO).
Zo kunt u een inactiviteit-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
- Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering. Het alarm wordt na een aantal uren en minuten inactiviteit verzonden.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Late start
Dit alarm wordt geactiveerd op basis van voertuigactiviteit na een door u ingestelde periode. U kunt het type activiteit kiezen.
Zo kunt u een late start-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
-
Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering; een tijdstip waarop wordt bepaald of een voertuig te laat is gestart. Deze instelling houdt rekening met de tijdzone waarin het voertuig zich bevindt. Kies vervolgens hoe u het begin van de werkdag van de bestuurder of het voertuig definieert:
- Contact aan
- Eerste beweging (geregistreerd door het voertuigvolgsysteem)
- Aankomst eerste stop (berekend als de eerste locatie waar het contact uitgeschakeld wordt)
- Aankomst op een locatie (een Geofence - selecteer een Locatie uit uw lijst)
- Vertrek van een locatie (een Geofence - selecteer een Locatie uit uw lijst).
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Lange stop
Dit alarm meldt wanneer een voertuig langer stilstaat dan de ingestelde tijd. De instellingen kunnen zo aangepast worden dat het alarm wordt geactiveerd wanneer een voertuig gedurende een bepaalde tijd op een bepaalde locatie is gestopt of wanneer de volgende beweging plaatsvindt (wanneer de motor van het voertuig weer wordt ingeschakeld).
Zo kunt u een lange stop-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
- Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering. De tijd die u hier invoert, is de basis waarop een lange stop wordt gemeten. Indien er een aantal Locaties zijn waar uw voertuigen regelmatig stoppen gedurende lange periodes, kunt u het alarm instellen dat de stop op deze locaties niet gemeten wordt.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Snelheidsoverschrijding
Dit alarm meldt wanneer een voertuig een ingestelde snelheid overschrijdt, of als een opgegeven snelheidslimiet of rijsnelheid overschreden wordt met een bepaald aantal kilometers binnen uw gekozen tijdvenster.
Verizon Connect werkt samen met een externe leverancier van opgegeven snelheden, die constant informatie over de opgegeven snelheden volgt en bijwerkt en daarbij gebruik maakt van publieke, gemeentelijke en satellietgegevens om de snelheidslimieten te verifiëren.
De rijsnelheidsgegevens van Verizon Connect wordt vergeleken met de gegevens van de locatie met de gemiddelde snelheid waarmee voertuigen hebben gereden over dat stuk weg in daluren over het afgelopen jaar.
Verizon Connect heeft alles in het werk gesteld om de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de opgegeven snelheidsinformatie te verzekeren. Indien u afwijkingen aantreft in de informatie, neem dan contact op met de Klantenservice om het probleem te melden.
Opmerking
Als een bestuurder in privacymodus is, geeft Reveal geen melding van overtredingen van snelheidslimiet.
Zo kunt u een snelheidsoverschrijdings-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
-
Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering.
- Voorval met hoge snelheid boven een bepaalde snelheid.
- Snelheidsovertreding: XX km/u boven de limiet. Hier kunt u ervoor kiezen om rekening te houden met de aangegeven snelheid op de weg, met de rijsnelheid of beide tegelijk.
- Beslis of u het alarm pas na een bepaald aantal snelheidsovertredingen wilt laten afgaan met de optie Activeer het alarm pas na. U kunt ook aangeven of u wilt dat deze overtredingen opeenvolgend of niet-opeenvolgend zijn. Deze optie kan handig zijn wanneer u te veel snelheidsoverschrijdingsalarmen ontvangt.
- Geef aan of u alleen snelheidsoverschrijdingsalarmen wilt ontvangen voor overtredingen die zich op bepaalde locaties voordoen. Zo ja, selecteer dan de gebieden uit uw lijst met Locaties (Geofences).
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Sensoractivering
Het voertuigvolgapparaat kan het in- en uitschakelen van de PTO's controleren. Dit alarm waarschuwt u wanneer de status van een sensor verandert.
Zo kunt u een sensoractivering instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
-
Kies op de pagina Wagenpark en Alarmopties een alarmactivering.
Selecteer een onderdeel van de boorduitrusting uit de lijst, of kies voor Alle om op de hoogte gebracht te worden van alle veranderingen aan de sensoren.
Bepaal vervolgens of u wilt dat het alarm actief is wanneer de sensor is:
- ingeschakeld
- uitgeschakeld
- aan of uit
U kunt met behulp van het selectievakje ervoor kiezen om sensoractivering te negeren wanneer de motor uitgeschakeld is.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Het alarm is bedoeld voor klanten waarbij sensors in hun voertuigen zijn geïnstalleerd en sensoractivering is ingeschakeld in hun accounts.
Opmerking
Als u dit alarm wilt gebruiken, neemt u contact op met de Klantenservice om te controleren of uw apparaat compatibel is.
Video
Bij klanten van Geïntegreerde video zijn camera's geïnstalleerd in hun voertuigen. Meldingen over video-alarmen worden geactiveerd wanneer:
- Onveilig rijgedrag wordt gedetecteerd
- een video is opgenomen
- De video is geclassificeerd als Kritiek, Ernstig of Matig
- De video kan bekeken worden.
Er wordt een video-alarm gemaakt en standaard ingeschakeld totdat de beheerder de meldingsinstellingen aanpast. Het eerste account dat voor uw bedrijf wordt gemaakt in Reveal, is meestal de beheerder van de waarschuwingen. De beheerder geeft u ook toestemming om een alarm bij te werken.
Zo kunt u video-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig, bestuurder of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de bovenstaande stappen uit het artikel Een nieuw alarm aanmaken uit te voeren.
Waarom worden er dubbele alarmen geactiveerd?
Een video-alarm en een alarm voor onrustig rijgedrag kunnen door hetzelfde voorval geactiveerd worden.
Een bestuurder kan bijvoorbeeld een bocht te snel nemen - ook bekend als Bochten snel nemen. Dit zal een video-opname en een video-alarm activeren. Mogelijk wordt er echter geen alarm over agressief rijgedrag verstuurd, als u besloten heeft om het aantal alarmmeldingen voor uw agressief rijgedrag te beperken. Anders krijgt u mogelijk twee alarmen voor hetzelfde voorval.
Dubbele alarmen voorkomen
Om te voorkomen dat u een alarm over onrustig rijgedrag en een video-alarm ontvangt voor hetzelfde voorval, moet u het volgende doen:
- Selecteer een bestaand alarm onrustig rijgedrag of maak een nieuwe aan
- Selecteer op de pagina Wagenpark en Alarmopties Voertuigen toevoegen
- Voeg handmatig voertuigen toe waarbij geen camera is geïnstalleerd.
Voor veel video-gebruikers is het een goed idee om het alarm voor agressief rijgedrag uit te schakelen, aangezien de video-alarmen u op de hoogte brengen van serieuze ongevallen.
Slepen
Dit alarm wordt geactiveerd als er een voertuig wordt gesleept.
Rijtijdenoverschrijdingen
Dit alarm wordt geactiveerd wanneer een voertuig een rijovertreding maakt (dagelijkse ritten, dagelijks in dienst, wekelijks in dienst of een pauze van 30 minuten). Dit alarm is alleen beschikbaar voor klanten die de optie Logboek ingeschakeld hebben.
Stroomonderbreking
Dit alarm gaat af wanneer een apparaat stroom verliest en niet gevolgd kan worden en ook wanneer de stroom en volgfunctie is hersteld.
Het alarm voor stroomstoring wordt ondersteund op verschillende manieren, afhankelijk van het apparaattype.
Apparaattypes en hun ondersteuning van het alarm voor stroomstoring
- Xirgo-apparaten zonder batterij activeren geen alarm voor stroomstoring, maar activeren wel een alarm wanneer de stroom is hersteld.
- CalAmp-apparaten met batterij activeren een alarm voor stroomstoring en wanneer de stroom is hersteld.
- Raliacom B2-apparaten met batterij activeren een alarm voor stroomstoring maar niet wanneer de stroom is hersteld.
- Volgsystemen voor apparatuur in bedrijfsmiddelen met batterij activeren een alarm voor stroomstoring en wanneer de stroom is hersteld.
- Volgsystemen voor apparatuur in bedrijfsmiddelen - Batterij met batterij activeren geen alarm voor stroomstoring of wanneer de stroom is hersteld.
- Verizon Connect (VT-410 en VT-420)-apparaten zonder batterij activeren geen alarm voor stroomstoring, maar activeren wel een alarm wanneer de stroom is hersteld.
Storingscodes
Dit alarm wordt geactiveerd wanneer een voertuig een storingscode registreert (activeert, deactiveert of beide).
Nood
Dit alarm wordt geactiveerd wanneer een bestuurder de noodmodus activeert. Wanneer de bestuurder in paniek is, kan hij een knop in de cabine ingedrukt houden om een noodalarm in Reveal te activeren. Dit alarm is alleen beschikbaar voor klanten bij wie de noodmodus geactiveerd is in hun account en bij wie een compatibel noodapparaat geïnstalleerd is in hun voertuigen.
Houd de noodknop in de cabine 7 seconden ingedrukt om deze te activeren. Druk de knop in en houd deze 10 seconden ingedrukt om de noodfunctie te resetten of uit te zetten.
Niet-toegewezen voertuig
Dit alarm wordt geactiveerd wanneer een voertuig gedurende een bepaald aantal minuten na het inschakelen van de motor niet is toegewezen.
Inspectie van wagenpark
Dit alarm wordt geactiveerd wanneer een voertuig niet door een inspectie komt in de mobiele Reveal Driver Plus-app. Een voertuig komt niet door de inspectie wanneer een bestuurder één of meerdere items in de voertuiginspecite markeert als ernstig defect waardoor het voertuig niet veilig is om te besturen.
Een inspectie-alarm instellen voor uw wagenpark:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
- De alarmactivering is standaard ingesteld op de pagina Wagenpark en Alarmopties.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken uit te voeren.
Gemiste inspectie
Het alarm voor Gemiste inspectie wordt geactiveerd wanneer een voertuig actief wordt, doordat het 8 km/u rijdt of ten minste 1,6 km aflegt, en de meest recente inspectie met een van de voor dit alarm geselecteerde formulieren langer geleden is uitgevoerd dan de toegestane termijn.
Een gemist inspectie-alarm instellen:
- Volg de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken.
- Selecteer Gemiste inspectie als het alarmtype.
- Selecteer een of meer inspectieformulieren om dit alarm in gang te zetten. Het alarm wordt geactiveerd wanneer een voertuig actief wordt en de meest recente inspectie met een van de voor dit alarm geselecteerde formulieren langer geleden is uitgevoerd dan de toegestane termijn. Om een formulier te selecteren, klikt u in het gedeelte Alarmactiveringen op het vervolgkeuzemenu onder Selecteer inspectieformulier om dit alarm te activeren en kiest u één of meer formulieren.
- Op de pagina Wagenpark en Alarmopties kunt u een voertuig of groep (of uw volledige wagenpark) selecteren die u wilt volgen.
- Op de pagina Tijden en frequentie dient u de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken uit te voeren.
- Op de pagina Alarmontvangers dient u de stappen uit het artikel Een alarm aanmaken uit te voeren.